woensdag 3 april 2013

Verwerkingsopdracht


Verwerkingsopdracht Verlichting: Kleine Gedigten
Merve Hasdemir 5A

De Verlichting is de periode waar, in eerste instantie, intellectueel Europa streefde naar het bevorderen van het gebruik van de rede en het filosoferen. Propagandisten trachtten bijgeloof te bestrijden, keurden misbruik van de macht in kerk en staat af en kwamen op voor tolerantie en grondrechten. De Verlichting wijzigde het denken over vele zaken, dat zijn vooral de politiek, wetenschap, opvoeding, religie, cultuur en economie. Ook nu nog vormen deze wijzigingen de basis voor het Westerse denken betreffende zaken als mensenrechten, burgerrechten, het gelijkheidsbeginsel en dus qua staatsinrichting, etc.
De gedachten werden wat, zo gezegd, positiever in deze periode. De Kerk ging een kleinere rol spelen in het dagelijks leven en leuzen als ‘Momento mori’ werden vervangen met ‘Carpe Diem’. Ook de federale overheden kregen steeds minder invloed op het dagelijks leven van de gewone man.
In ieder geval bracht de Verlichting een enorme modernisering van de samenleving met zich mee. Dit deed zij met behulp van secularisering, globalisering, individualisering, emancipatie en feminisme, termen die we allemaal nog kennen uit de geschiedenislessen. Bepaalde politieke stromingen kunnen hun wortels terugleiden tot aan de Verlichting, de periode waarin ze zijn ontstaan. De stromingen die ik hiermee bedoel zijn o.a. het liberalisme en socialisme.

Betoog Kleine Gedigten

In de Verlichting ging men meer vertrouwen in het menselijk kunnen. De term die we voor dit denken gebruiken is rationalisme. Het rationalisme houdt in dat men dacht dat de menselijke ratio in staat is om zelf alle vraagstukken te verklaren en op te lossen. Dit denken kwam voort uit het feit dat men zich minder aangetrokken voelde tot het geloof. Men hield zich niet langer strikt aan wat de Kerk en hun overheden hen voorschreef. In plaats daarvan ging men zaken zelf onderzoeken.
Dat men zich minder verbonden voelde met het geloof, is niet terug te zien in de meeste gedichten, althans die ik gelezen heb, van van Alphen. Dit laat mij de stelling aannemen dat de gedichten van van Alphen niet representatief zijn voor de Verlichting. Deze stelling wordt gesteund aan de hand van de hierop volgende tekst. In de tekst zal ik bepaalde regels uit de, door mij gelezen, gedichten noemen.
Zoals gezegd maakte men zich gedurende de Verlichting steeds meer los van de Kerk. Dit houdt bijvoorbeeld in dat men verklaringen ging zoeken voor het onverklaarbare. Dit “onverklaarbare” werd tot dan toe altijd uitgelegd door de Kerk. De uitleg hield natuurlijk in dat God alles had geschapen en dat hij het liet regenen, etc. In de gedichten van van Alphen echter, lees ik tot mijn verbazing dat de regen die het dorre gras weer mooi groen maakt, een prachtig werk van God moet zijn, in één van de gedichten van van Alphen (Gods wijsheid en Gods goedheid).
Hier op voortbordurend las ik in nog een ander gedicht, namelijk De zingende Willem: Morgenlied, dat Willem God en Jezus looft voor al hun werken, iets wat ik niet zou verwachten van een gemiddeld stereotype persoon uit de Verlichting. In weer een ander gedicht genaamdDe verwelkte roos, is wederom God het hoofdonderwerp. Als we hem genoeg zouden prijzen, zou de roos, evenals de rest van het aardsche schoon, langer blijven leven, terwijl men er in de Verlichting wel achter zou zijn gekomen dat je planten gewoon water moet geven en ze in een vruchtbare bodem moet planten.
In De zon wordt mij verteld hoe groots God is en dat hij de zon heeft geschapen. In een gedicht als Een godsdiensige jeugd maakt een gelukkigen ouderdomstaat de boodschap dat men zich op jonge leeftijd moet houden aan de regels van God om op latere leeftijd een gelukkiger leven te genieten en om, wanneer je gestorven bent, een plaatsje in de hemel te veroveren.
Ondanks dat ik tot nu toe alleen maar gedichten heb genoemd, moet ik zeggen dat ik ook twee gedichten heb gelezen die niet om God draaiden, maar om het vaderland en het geweten. Het gedicht met het vaderland als hoofdonderwerp heet De liefde voor het vaderland en vertelt je alle goede dingen die het vaderland je heeft gebracht. De eindconclusie is echter wel weer dat je je uit dankbaarheid voor het vaderland nuttig moet inzetten. Het geweten is een kort gedichtje over, simpel gezegd, het gevoel dat je krijgt als je ofwel iets goed doet, ofwel iets fout. De conclusie van het gedichtje is dat je je het beste goed kan gedragen, omdat je anders weinig kans hebt dat je echt volwassen wordt.

Hoewel ik wel een paar gedichten heb gelezen die niet het geloof betroffen, waren dit er maar twee. De anderen hadden ieder als hoofdthema het geloof en brachten toch wel heel sterk naar voren dat van Alphen een man van het geloof was. Aangezien de Verlichting toch wel dé periode was waarin men zich los ging maken van het geloof, kan ik gewoon niet zeggen dat de gedichten typische werken zijn uit de Verlichting. Dit maakt dan natuurlijk automatisch dat ze nietrepresentatief zijn voor de periode.